• Mondriaan Kwartet
  • De Nieuwe Opera Academie
  • Literaire avond met Nederlandse en Friese poëzie
  • Solotoneel Alma Mahler
  • Hexagon Ensemble met Carol Linssen
  • Di Gojim met het programma ‘Schuim’
  • Simone Lamsma (viool) en Tineke Postma met haar jazzkwartet
  • Haydn Jeugd Strijk Orkest
  • The Royal Wind Music en Cello-Octet Amsterdam
  • Bogerman Bigband met Saskia Laroo (trompet), Bert van den Brink (piano)


  • SCEM Sneek
    p.a. Marktstraat 18
    8601 CV  Sneek
    T: 0515 414 096
    E: info@scemsneek.nl

    Literaire avond met Nederlandse en Friese poëzie

    1 november 2008

    Op deze avond lezen twee Nederlandse en twee Friese dichters voor uit hun werk. Eva Gerlach, Grytsje Schaaf, Jean Pierre Rawie en Tsead Bruinja geven acte de présence. Muzikale medewerking wordt verleend door Trio Verano.

    Eva Gerlach
    Eva Gerlach werd als Margaret Dijkstra op 9 april 1948 geboren in Amsterdam. Haar vader was schrijver en scenarist van beeldverhalen. Hij verliet het gezin toen Gerlach vier was; zij werd verder opgevoed door haar moeder, een lerares Nederlands, en haar stiefvader, een geoloog. In haar vroege dichtwerk zoals Een kopstaand beeld (1983) zullen de figuren van de dominante moeder en de weinig liefdevolle vader meermalen terugkomen. Van haar vijfde tot haar achttiende woonde het gezin in Paramaribo. Terug in Nederland volgde ze verschillende studies: Spaans, culturele antropologie en vergelijkende                     (Foto: Roeland Fossen)
    literatuurwetenschap.
    Ze had vele banen en bijbanen: van zweminstructeur tot magazijnhulp. Ook vertaalde ze gebruiksaanwijzingen, assisteerde ze bij het maken van catalogi en hielp ze toneelgezelschappen. Ze publiceerde vervolgens in een groot aantal tijdschriften - van Tirade tot Nieuw Wereldtijdschrift. Sinds eind jaren zeventig leeft ze van haar vertaal- en schrijfwerk. Ze woont in Amsterdam, met haar man en twee dochters.

    Gerlachs eerste gedichten verschenen in 1977 in het literaire tijdschrift Hollands Maandblad. Haar debuut, Verder geen leed, verscheen twee jaar later en kreeg meteen de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Haar belangrijkste thema's komen in deze eerste bundel als aan de oppervlakte: verval, het verstrijken van de tijd, maar vooral ook de betekenis van begrippen als 'waarneming', 'vastlegging' en 'vergetelheid'

    Gerlachs stijl is klassiek en afgemeten, met verzen in een strak schema. Het zijn doorlopende zinnen, in een soort Nijhoff-parlando, heel ingenieus met enjambementen ingekleed, zodat het gebruik van rijm uiterst subtiel is.

    Stijl en thematiek veranderden vanaf de bundel Dochter uit 1984, waarin haar te vroeg geboren dochter een grote rol speelt. Deze ontboezemingen hebben wel als gevolg dat geruchten de ronde doen over de tot dan toe anonieme dichteres. Een jaar na het uitkomen voelde Gerlach zich geroepen om voor de eerste keer naar buiten te treden. In een interview met de Haagse Post legde ze uit waarom ze tot nu toe verkoos om achter een pseudoniem schuil te gaan. Niet alleen om privacy-redenen, maar ook vanwege haar literaire opvattingen, zo blijkt. "De biografie is een leugen. De literatuur is werkelijkheid." 

    Jean Pierre
    Jean Pierre (oorspronkelijk: Jan Pieter) Rawie (Scheveningen, 20 april 1951) is een Nederlands dichter en vertaler. Rawie werd geboren te Scheveningen. Drie jaar na zijn geboorte, in 1954, verhuisde het gezin Rawie naar Winschoten. In 1970 verhuisde Rawie naar de stad Groningen om daar talenstudies te gaan volgen. In 1975 werd hij medewerker van het tijdschrift De nieuwe Clercke, onder het pseudoniem Albert Zondervan dat hij deelde met Driek van Wissen.

    In 1976 publiceerde hij, samen met Driek van Wissen, het duo-debuut De match Luteijn-Donner. Dit werk had als subtitel een schaakcursus in twee maal twaalf sonnetten. Verzorgd door Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen. Door beide auteurs wordt dit werk niet genoemd in hun verzameld werk.
    In 1979 maakte hij zijn solodebuut met Het meisje en de dood waarna in 1982, na een korte maar intensieve ziekenhuisopname, Intensive care volgde. In datzelfde jaar werd hij nationaal bekend door zijn optredens in het televisieprogramma van Sonja Barend.
    De bundel Kwade trouw kwam uit in 1986, en in 1989 werd hem de Wessel Gansfortprijs toegekend. Met Woelig stof uit datzelfde jaar verdiende hij algemeen erkenning bij de literaire kritiek.
    In 1990 verscheen sonnetten, een bibliofiele uitgave. In 1992 verscheen Onmogelijk geluk, zijn grootste verkoopsucces. in 1997 verscheen de vertaling van Vier gedichten van Aleksandr Blok. In 1999 verschenen Geleende tijd en Gedeeld verleden (bibliofiel) en in 2004 Verzamelde verzen.

    In zijn woonplaats Groningen, maar ook daarbuiten, staat Rawie bekend om zijn flamboyante levensstijl. In 1987 werd hij met een kapotte alvleesklier door overmatig drankgebruik en een longontsteking opgenomen in een ziekenhuis en verkeerde drie maanden op de grens van leven en dood. Hierna leek Rawie aanvankelijk zijn leven enigszins te hebben gebeterd, wat volgens sommige critici zijn werk zeker ten goede kwam.

    Hoewel sommigen zijn werk saai noemen is het een vaststaand feit dat hij, met Annie M.G. Schmidt, Nel Benschop en Toon Hermans, tot de best verkopende dichters van Nederland behoort. Zinnen uit zijn werk duiken steeds vaker op in rouwadvertenties.

    Tsead Bruinja
    Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) is dichter en woonachtig te Amsterdam. Hij debuteerde in 2000 met de Friestalinge bundel De wizers yn it read/ De wijzers in het rood (Bornmeer). De vierde Friestalige bundel Gers dat alfêst laket / Gras dat alvast lacht (Bornmeer) verscheen in 2005. Tsead Bruinja's Nederlandstalige debuut Dat het zo hoorde (Contact) werd gepubliceerd in 2003 en het jaar daarop      (Foto: Saskia Stehouwer)
    genomineerd voor de Jo Peterspoëzieprijs.
    Eind 2004 zag de tweede Nederlandstalige bundel Batterij het licht gevolgd door de door Bruinja en Hein Jaap Hilarides samengestelde bloemlezing Droom in blauwe regenjas - Nieuwe Friese dichters (Contact & Bornmeer). Begin 2005 verscheen de bloemlezing Klotengedichten (Passage), die Bruinja, net als de bloemlezing Kutgedichten, samenstelde met dichter Daniël Dee. In 2007 stelde Tsead Bruinja samen met Thomas Möhlmann in de Awaterreeks de bloemlezing Het eerste wonder - gedichten over geboorte (Van Gennep) samen. Sinds eind 2006 is Tsead Bruinja redacteur van het poëzietijdschrift Awater.

    In juni 2006 is Tsead Bruinja met zijn Nederlandstalig werk van uitgeverij Contact overgestapt naar uitgeverij Cossee. Sinds eind 2006 is Tsead Bruinja redacteur van het poëzietijdschrift Awater. In 2007 verscheen bij Uitgeverij Cossee Bruinja's meest recente bundel Bang voor de bal. In mei 2008 zal door Cossee Geboorte van het zwarte paard worden uitgegeven, een tweetalige keuze uit zijn Friestalige gedichten.

    Grytsje Schaaf
    Van architecte, journaliste en dichteres Grytsje Schaaf is begin dit jaar haar eersteling sûnder sweltsjes verschenen bij de Friese Pers Boekerij. Ander werk werd gepubliceerd in Flesse(n)post, Poëtisch Leeuwarden, Ballustrada; de omslag, Farsk en De Moanne.

    In haar 'frozenframes' hangt alles samen: de plek, het reizen, het stilstaan, de dromen en de visioenen. Maar soms is de werkelijkheid hard, zo als glas zonder zwaluwen hard kan zijn voor een vogel die niet uitkijkt. En waarschuwingen zijn er niet.

    Trio Verano
    Trio Verano bestaat uit drie jonge, professionele musici, die met veel plezier al zes jaar samen musiceren.
    Dit hechte pianotrio is van vele muzikale markten thuis: het concertprogramma bestaat uit werken van uiteenlopende componisten uit diverse tijdvakken en daarnaast speelt het trio met veel plezier opzwepende tango's, licht klassieke werken en sfeervolle salonmuziek.
    Trio Verano, Eva van den Dool (piano), Elske Krijnen (viool) en Ilsje Merk (cello) biedt u dus de mogelijkheid te kiezen uit een breed repetoire, hetzij als concertprogramma, hetzij als achtergrondmuziek.
    De naam van het trio is ontleend aan Astor Piazzolla's tango 'Verano Porteño', dat ‘zomer’ in Buenos Aires betekent. Deze tango was het eerste werk dat het trio samen speelde.

    Masterclasses
    Het trio heeft masterclasses en lessen gevolgd bij onder andere: Moshe Hammer, Leonid Sjoekaev, Nobuko Imai, Sepp Grotenhuis, Frank van de Laar, Tinta von Altenstadt, Hebe Mensinga, Jeroen Reuling en het Matangi Kwartet.

    Optredens
    De afgelopen jaren heeft Trio Verano vaak van zich laten horen door het geven van concerten en het spelen van achtergrondmuziek bij verschillende gelegenheden van overheid, particulieren, bedrijven en instellingen. Zo trad het trio onder andere op in de schouwburg Odeon te Zwolle, bij een EU-top in de Tweede Kamer te Den Haag en bij de opening van het stadhuis te Leeuwarden in aanwezigheid van Prinses Margriet.

    De leden
    Eva van den Dool (piano) heeft in juni 2005 haar eerste fase diploma behaald aan het ArtEZ-conservatorium te Zwolle en op 22 mei 2007 haar tweede fase diploma aan de Messiaen Academie. Eva studeerde bij Frank van de Laar, Sepp Grotenhuis en Nelleke Geesink.
    Ook volgde ze masterclasses bij o.a. Igor Roma, Muza Rubackyté, Sebastiaan Oosthout, Frank Peters en Ronald Brautigam.
    Zij is al jaren actief geweest in de kamermuziek en ook in de toekomst wil ze dit blijven doen. Naast Trio Verano heeft ze ook een duo met mandolinist Sebastiaan de Grebber en een duo met marimbaspeler Christiaan Saris.
    Ze schrijft regelmatig arrangementen voor Trio Verano ter uitbreiding van hun repertoire.
    Eva is tevens werkzaam als pianodocente bij de Muzerie in Zwolle.

    Elske Krijnen (viool) begon op haar zevende met vioollessen. Haar docenten waren Josien le Coultre, Frieda te Boekhorst, Norien Simons, Chris Duindam en Els Krieg. Ook kreeg zij masterclasses van Moshe Hammer. Vanaf januari 2003 was ze leerling van Hebe Mensinga. In december 2005 rondde zij haar vioolstudie aan het ArtEZ Conservatorium te Zwolle af. Elske heeft tevens in 2002 haar studie Schoolmuziek aan het conservatorium te Utrecht afgesloten.
    Naast haar werkzaamheden bij Trio Verano is Elske violiste bij het professionele, nieuwe 'Magogo Kamerorkest' dat onder leiding van dirigent Arjan Tien staat. Ook is zij werkzaam als vakleerkracht muziek op Instituut Coolsma te Driebergen en heeft zij een aantal eigen vioolleerlingen.
    Elske speelt op een viool uit de 18e eeuw van een onbekende bouwer, die haar ter beschikking is gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.

    Ilsje Merk (cello) begon op haar zesde jaar met cello spelen. Al op jonge leeftijd deed zij een hoop orkestervaring op bij onder andere het Jeugd Orkest Nederland, met tournees naar Italië, Ierland en Japan. Na verschillende docenten, onder wie Roeland Robert en Christiaan Thomasius, kwam zij terecht bij Maria Hol, die haar voorbereidde op het conservatorium.
    In 2000 begon Ilsje haar conservatoriumstudie aan het ArtEZ Conservatorium in Zwolle, bij Jeroen Reuling. Ze deed mee aan meerdere zomercursussen in Zwitserland en België en had masterclasses en lessen van onder andere Marcio Carneiro, Francois Guy en Rene Berman. In 2005 sloot Ilsje haar conservatoriumstudie af.
    Ilsje is werkzaam als cellodocente bij Muziekcentrum Zwartewaterland te Hasselt en Genemuiden, bij Muziekschool Assen en ze heeft haar eigen cellopraktijk te Zwolle.
    Zij speelt in verschillende vaste ensembles, waaronder Trio Verano, Duo FermiCelli (met celliste Myrthe van Hulst), Duo Appelo-Merk (met gitarist Piet-Hein Appelo) en Ysis (met zangeressen en gitaristen Sanne Hans en Inge van Calkar). Met deze ensembles speelt Ilsje de meest uiteenlopende muziek, van klassiek tot pop en van Iers tot Zuid-Amerikaans.
    Bovendien werkt zij regelmatig mee aan koor- en musicalprojecten. In 2006 was Ilsje werkzaam bij Rembrandt de Musical, in het Amsterdamse Carré.

    www.trioverano.nl