The Royal Wind Music en Cello-Octet Amsterdam
2 mei 2009

The Royal Wind Music werd in juni 1997 door Paul Leenhouts opgericht. De leden, afkomstig uit Nederland, Spanje, Duitsland, Estland, Engeland, Finland en Portugal, studeerden aan het Conservatorium van Amsterdam. Het ensemble, een dubbelsextet van Renaissance blokfluiten, specialiseert zich in Engelse, Duitse, Spaanse en Italiaanse instrumentale muziek uit de periode van 1500 tot 1640. Dit unieke repertoire biedt een rijk arsenaal aan drie- tot zesstemmige ensemblewerken die geschreven werden door gerenommeerde componisten uit deze Gouden Eeuw van de kamermuziek.
The Royal Wind Music trad vele malen op in Nederland, Frankrijk en Engeland en ondernam concerttournees door Ierland, Spanje, Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en de Verenigde Staten. In maart 2006 bereikte het ensemble de finale van het Vriendenkrans- concours van het Amsterdamse Concertgebouw en won het de Noorderkerkprijs. Ook ontving The Royal Wind Music een belangrijke subsidie voor jong talent van het Prins Bernhard Cultuurfonds voor de aanschaf van eigen instrumenten. In het afgelopen seizoen concerteerde The Royal Wind Music op verschillende vooraanstaande Nederlandse concertpodia, waaronder het Concertgebouw en het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, De Doelen in Rotterdam, de Philharmonie in Haarlem en de Oosterpoort in Groningen.
The Royal Wind Music speelde in 2007 op belangrijke oude muziek festivals in binnen- en buitenland als het Festival de Música Antigua in Barcelona, het Festival Oude Muziek in Utrecht, het ‘Música, Historia i Art’-festival in Valencia en het Boston Early Music Festival. De eerste CD van The Royal Wind Music, ‘Alla Dolce Ombra’, werd opgenomen in Sevilla in april 2002 voor het Spaanse label Lindoro. De CD bevat poëtische muziek van Italiaanse en Duits-Oostenrijkse meesters als di Lasso, Palestrina, Praetorius en Schein. Bovendien werkte het ensemble voor deze opname samen met een speciale combinatie van tokkelinstrumenten: psalterium, luit en Spaanse en Italiaanse harpen. In november 2007 verscheen ‘A Noble Noyse of Musicke’, een collectie van muzikale meesterwerken uit de Engelse renaissance. Naast het blokfluitensemble zijn in deze opname vier gastmusici te horen: Christopher Field (countertenor), Johan Hofmann (virginaal), Israel Golani (luit) en Matthias Havinga (orgel). In april 2008 heeft het ensemble een derde CD opgenomen: “Der Gooden Fluyt-Hemel”.
The Royal Wind Music bespeelt consort-instrumenten van Adriana Breukink, die gebouwd zijn naar het voorbeeld van authentieke Bassano-modellen in het Kunsthistorisches Museum in Wenen. De verzameling van het ensemble omvat renaissance-blokfluiten variërend van een vijftien centimeter lange sopranino tot een subcontrabas van drie meter. De subcontrabas, een recent - naar renaissance principes ontworpen - model, is in samenwerking gebouwd door Paul Leenhouts, Winfried Hackl en Adriana Breukink.
Deze week zag ik in Amsterdam een optreden van The Royal Wind Music, een ensemble van dertien jonge blokfluitisten onder leiding van hun goeroe Paul Leenhouts. Ze speelden muziek uit de Renaissance van onder anderen Sweelinck, Schuyt en Desprez. Hoffelijke muziek die je doet dromen van arcadische landschappen. Ademloos zat ik te luisteren naar het warme geluid. Paul Witteman, DE VOLKSKRANT, 28 oktober 2006
De leden Petri Arvo, Stephanie Brandt, Ruth Dyson, Eva Gemeinhardt, Arwieke Glas, Hester Groenleer, Matthijs Lunenburg, Marco Paulo Alves Magalhâes, María Martínez Ayerza, Belén Nieto Galán, Monika Ruusmaa, Filipa Margarida da Silveira Pereira en Anna Stegmann
De dirigent Paul Leenhouts behaalde zijn solistendiploma aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam, waaraan hij sinds 1993 verbonden is als blokfluitdocent en als docent historische ontwikkeling. Hij is mede-oprichter van het Amsterdam Loeki Stardust Quartet, waar hij lid van was tussen 1978 en 2001. Sinds 2002 is hij leider van het hedendaagse muziekcollectief Blue Iguana. Hij componeert, arrangeert en is redacteur van verschillende werken voor blokfluit. Paul Leenhouts heeft opnamen gemaakt voor Decca, L’Oiseau–Lyre, Channel Classics, Vanguard, Lindoro en Berlin Classics. In 1986 was hij de initiator van de Open Nederlandse Blokfluitdagen Utrecht Sinds 1990 heeft hij de leiding over de International Baroque Institute at Longy, Boston, U.S.A. Zijn speciale belangstelling voor repertoire voor renaissanceconsort leidde in 1997 tot de oprichting van The Royal Wind Music. In 2004 was Paul directeur van het First European Recorder Performance Festival in Amsterdam. Naast de vele concerten en workshops die hij geeft binnen het veld van de oude muziek, verschijnt hij ook regelmatig bij hedendaagse muziek– en muziektheatergroepen, zoals Musikfabrik, Nederlands Vocaal Laboratorium, ZT Hollandia en NT Gent.
Het programma heeft als titel ‘Del Canto Figurado’ en bevat virtuoze Iberisch consort muziek van de 16e en 17e eeuw. Download hier het programma in PDF.
www.royalwindmusic.org
Cello Octet Amsterdam voorheen Cello Octet Conjunto Ibérico Artistiek leider Robert Putowski
 (Foto: Remke Spijkers)
Cello Octet Amsterdam (voorheen Cello Octet Conjunto Ibérico) is een
Nederlands kamermuziekensemble met een in de wereld unieke bezetting van
8 cello’s. De groep werd 19 jaar geleden opgericht, in 1989. De bijzondere
bezetting vraagt om speciaal geschreven muziek en het Octet heeft vele
hedendaagse componisten van naam verleid om stukken voor hen te
componeren. Onder hen Arvo Pärt, Terry Riley, Mauricio Kagel, Theo
Loevendie, Franco Donatoni en Luciano Berio. Het Cello Octet heeft inmiddels
meer dan 70 originele werken op haar repertoire. Daarnaast verrast de groep
het publiek niet zelden met de vele warmbloedige Spaanse en Zuid-
Amerikaanse liederen die zij uitvoert met zangeressen als Teresa Berganza,
Bernarda Fink en Elena Gragera. Cello Octet Amsterdam is continu op zoek
naar nieuwe uitdagingen en gaat geregeld bijzondere samenwerkingen aan. Zo
was er een project met het moderne dansgezelschap Conny Janssen Danst,
waren er optredens met Cappella Amsterdam en gaf het ensemble concerten
met flamencozangeres Ginesa Ortega. Momenteel werken zij aan een project
met Caribische muziek, met musici en componisten uit de Antillen. Het Octet
nodigt geregeld gastdirigenten uit als Elias Arizcuren – oprichter en tot voor
kort vaste dirigent van het ensemble - Jurjen Hempel, Bas Wiegers en Lucas
Vis. Het vakmanschap van de musici wordt zowel nationaal als internationaal
geroemd. Elk jaar vinden vele tournees plaats in het buitenland. Zo betrad het
Cello Octet de afgelopen jaren concertpodia in o.m. Amerika, Mexico, Brazilië,
Spanje, Duitsland, Engeland (Londen, Wigmore Hall), Frankrijk, Italië, Polen en
Kroatië. Cello Octet Amsterdam heeft momenteel 13 cd’s op haar naam staan
en zij brengt bijna ieder jaar een nieuwe cd uit.
Programma Manuel de Falla (1876-1946) - Danzas * 1 Danza del Molinero 2 Danza Española Samuel Barber (1910-1981) - Adagio for Strings * Heitor Villa-Lobos (1887-1959) - Bachianas Brasileiras no. 1 1 Introducción (Embolada) 2 Preludio (Modinha) 3 Fuga (Conversa)
* versie van Elias Arizcuren
Manuel de Falla Manuel de Falla wordt beschouwd als de meest universele Spaanse componist. In Cadiz, zijn geboorteplaats, trad hij reeds jong op in een concert voor piano-vierhandig, tezamen met zijn moeder, van wie hij zijn eerste muzieklessen ontving. Later ging hij in Madrid compositie studeren bij Felipe Pedrell, grondlegger van de moderne Spaanse School, die hem de schoonheid van de inheemse volksmuziek deed beseffen. Daarna ging hij naar Parijs, waar hij zich ondanks ontberingen thuis voelde, ook door de vriendschap met Debussy en Ravel. In verband met de Eerste Wereldoorlog keerde De Falla in 1914 terug naar Spanje; na enkele maanden vestigde hij zich in een van de meest romantische en stille plek, dicht bij het Alhambra van Granada. Hier ontstonden zijn voornaamste werken. Daar hij niet wenste te leven in een dictatoriale staat, vestigde hij zich in 1939 in Argentinië, waar hij stierf kort voor zijn zeventigste verjaardag.
Samuel Barber Samuel Barber, geboren op 9 maart 1910 te Westchester (Pennsylvanië), kwam uit een zeer rijke en muzikale familie. Zijn tante was de beroemde alt Louise Homer. Zelf was hij een zeer begaafd pianist, zanger en cellist. Op zijn veertiende was hij reeds leerling aan het Curtis Institute van Philadelphia. Hij studeerde er af met de schitterende ouverture School for Scandall. Voor zijn symfonie en het beroemde Adagio for Strings, opus 12 kreeg hij de Prix de Rome. Zijn componeerstijl was aanvankelijk zeer traditioneel, bijna zonder Amerikaanse invloeden. Dat gaf zijn muziek een onpersoonlijk karakter, ondanks de melodische vindingrijkheid en expressiviteit. Pas vanaf 1940 kwam daar verandering in, wanneer hij zijn muziek een persoonlijk tintje meegaf, zoals Igor Stravinsky dat had gedaan. Vanaf dan zijn de Amerikaanse invloeden wél duidelijk merkbaar. Hij ging onder meer atonale pianomuziek schrijven en maakte gebruik van levendige ritmes en contrapunt. Zijn beste werken schreef hij in de jaren '40: het vioolconcerto 'Essays for Orchestra' en de sopraansolo 'Knoxville: Summer of 1915'. Hij schreef ook koormuziek en een aantal prachtige liederen zoals 'Prayers of Kierkegaard'. Zijn twee opera's 'Vanessa' en 'Anthony and Cleopatra' werden niet zo'n succes. Hierdoor zag hij verder gaan met componeren niet meer zitten.
Heitor Villa-Lobos Heitor Villa-Lobos is een van de belangrijkste componisten van het Amerikaanse continent. Zijn indrukwekkende productie kent strijkkwartetten, opera’s, cantates, symfonieën, pianowerken en stukken voor verschillende kamermuziekcombinaties. Als bewonderaar van Bach probeerde hij het architecturale genie van de cantor uit Leipzig te combineren met exotische elementen van de Braziliaanse volksmuziek. Bezorgd over de structurele armoede van de klassieke muziek in zijn land was hij vele jaren de onvermoeibare oprichter van koren en muziekscholen. Van de 9 Bachianas Brasileiras, gecomponeerd tussen 1930 en 1945 voor de meest uiteenlopende instrumentale combinaties, zijn nr. 1 en 5 oorspronkelijk geschreven voor 8 celli. Deze voor die tijd ongewone bezetting kan alleen worden verklaard uit Villa-Lobos’ voorliefde voor het instrument. Behalve gitaar en klarinet speelde de componist in zijn jeugd verdienstelijk cello. Van sommige delen vormen de titels een hommage aan Bach en de barokperiode (Prelude, Aria, Toccata), terwijl de rest zijn Braziliaanse oorsprong (Desafío, Ponteio, Modinha) verraadt. Bachianas Brasileiras No. 1 (1930) Hoewel de Bachianas Brasileiras nr. 5, en in het bijzonder haar sublieme Aria (Cantilena), meer populariteit geniet, is de eerste Bachianas de meest virtuoze. Het stuk is gecomponeerd in 1930 en heeft drie delen: Introducción (Embolada), Preludio (Modinha) en Fugue (Conversa). Het tweede deel, Modinha, kan zeker in schoonheid en inspiratie concurreren met de Aria uit de Bachianas nr. 5
www.cello-octet.com
|